Venlose Zweefvliegclub

 

Info nieuwe leden:
Wil Crielaars
Tel: (077) 850 16 42
E-mail: info@venlosezweefvliegclub.nl

Bezoekadres (Hangar):
Bloemartsweg 1
Groote Heide, Venlo
Telefoon: (077) 351 40 50

Postadres:
Postbus 393
5900 AJ Venlo

Info nieuwe leden
Bart Geurts
Telefoon: (043) 367 20 08
E-mail: info@venlosezweefvliegclub.nl.

klik om naar de website te gaan

Hangar Venlose Zweefvliegclub

In 1995, wat (zweef)vliegen de jaren, heb ik eens het genoegen mogen proeven een vlucht mee te maken met een van de toenmalige instructeurs van de Venlose Zweefvliegclub. Het zou een ervaring blijken die ik niet snel zou vergeten. Het artikel werd in juni van dat jaar in het Zondagsnieuws geplaatst. De foto, die werd gemaakt door Brendan van den Beuken, is van beroerde kwaliteit, scannen van een krantenartikel…dan krijg je dat soort dingen…sorry Brendan…

Rob Loupatty

Vlucht PH 6881

De gemiddelde mens zal, gevraagd naar zijn ulltieme droom, waarschijnlijk antwoorden dat hij de rest van zijn leven wil doorbrengen met drank en lekkere wijven of stoere binken. Een ander is geobsedeerd door God en een abonnement op de EO-gids en een derde is al content met enige tennisbanen achter de villa en een bescheiden Ferrari die de oprit siert. Stel je de vraag wat genuanceerder door te informeren naar een lichamelijk vermogen waarover de mens zou moeten beschikken, dan repliceert hij vermoedelijk met: “Ik wil kunnen vliegen!”

Nu is vliegen op eigen kracht redelijk moeilijk, hetgeen te maken heeft met de aantrekkingskracht van de aarde. Bestijg de plaatselijke Martinus-kerktoren, spring ervan af en tracht voor de aardigheid eens klapwiekend een zachte landing te forceren. Ik ben medicus noch natuurkundige maar ik voorspel u een wisse dood of in elk geval botbreuken die de aanwezigheid van veger en blik volkomen rechtvaardigen. Nee, dan hebben die zweefvliegers het veel beter bekeken, zij vliegen zonder haperende motoren en turbogeweld door het luchtruim, bovendien lijdt het milieu er niet onder. Rolph Lucassen en Marcel Hogenhuis begeleiden mij, deskundig en enthousiast vertellend over hun manie, vanuit de hangar naar het vliegveld. De Venlose Zweefvlieg Club {V.Z.C.) be¬staat al zo’n zestig jaar en heeft momenteel ongeveer 110 leden. Vanaf 14 jaar is het mogelijk kennis te maken met deze sport. Marcel Hogenhuis: “Iemand vliegt, afhankelijk van het talent van de leerling, 50 è 60 maal met een instructeur, je leert dan de meest elementaire aspecten van het vliegen kennen zoals opstijgen, landen en bijvoorbeeld het nemen van bochten. Vervolgens beginnen, onder toezicht van de instructeur die niet meevliegt maar voor- en achteraf instructies en adviezen verstrekt, de solovluchten. Daarna kun je een examen afleggen om het zweefvliegbewijs te behalen.”

Rijbewijs
“Je kunt het enigszins vergelijken met het aanvragen voor een examen om het rijbewijs te behalen”, vult Rolph aan. “Op het moment dat de instructeur het sein op groen zet kun je met solovliegen beginnen.” In zekere zin is het zweefvliegen zowel een individuele sport als een teamsport. “Je vliegt alleen en als zodanig is het een individuele sport, je moet echter niet vergeten dat er een groot aantal mensen in de weer is om een toestel veilig de lucht in te krijgen. De lier die het toestel optrekt moet bemand worden, na de landing dient het vliegtuig weer teruggesleept te worden en regelmatig vindt er onderhoud plaats, om maar wat voorbeelden te noemen. Dat maakt het zweefvliegen ook tot een teamsport, je bent afhankelijk van anderen.” We arriveren op de plaats waar het allemaal te gebeuren staat. Vliegtuigen staan her en der verspreid en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het ene toestel wat ouder is dan het andere. Marcel: “Hier staan diverse generaties vliegtuigen, je ziet dat de techniek ook bij de zweefvliegsport bepaald niet stilstaat. Hout heeft plaatsgemaakt voor kunststof waardoor de toestellen aanzienlijk lichter zijn geworden. Gevolg daarvan is dat we tegenwoordig langer in de lucht kunnen blijven.”

Wesp
Ik maak kennis met instructeur Johan van Dijk, die me naar een tweezitter escorteert en me inlicht over de functies van de diverse meters, knuppels en pedalen die het toestel. Ik stap in het toestel en wordt zo vastgegespt dat ik geen vin meer kan verroeren. Gelaten wacht ik mijn lot af. De kabel spant zich en langzaam komt het toestel in beweging, voorzichtig het gras beroerend. Haast gracieus laten we de aanwezige toeschouwers achter ons tot plots als door een wesp gestoken de vlieger op hol slaat. Als Johan het toestel recht trekt en ik bekomen ben van de sensatie van het opstijgen ontstaat er een behaaglijke rust, slechts een licht ruisen is nog hoorbaar. Ik kijk, voelend dat het vliegtuig zakt, naar de schijnbaar onbelangrijke nietigheden die zich onder me afspelen. De Casino-flat is verworden tot een luciferdoosje waarin honderden kabouters zich niet realiseren dat ze bespied worden door een anonieme Zondagnieuwsreporter. Ik verbeeld me dat ik het toestel zelf bestuur en dat er niemand achter me zit.

Thermiek
De wereld is van mij, geen zorgen, geen gezeik aan mijn hoofd en Ajax heeft de Champions-league gewonnen en gelukzaligheid maakt zich van mij meester. Abrupt worden mijn hersencellen aftent gemaakt op Johan’s aanwezigheid: “Geen thermiek”, meldt hij, “dat is het gevecht tegen de elementen, wanhopig speuren naar thermiek om zolang mogelijk in de lucht te kunnen blijven. Je vecht tegen jezelf en tegen de natuur. Je ziet ergens een toestel rondcirkelen en je weet dat er thermiek is maar je vliegt er niet naartoe. Je wilt het nog beter doen dan profijt trekken van thermiek elders. Maar het zijn uiteraard niet alleen de sportieve aspecten die het zweefvliegen zo aantrekkelijk maken. Wanneer je vrij als een vogel door het luchtruim zweeft en je wordt belangstellend gadegeslagen door een buizerd of ooievaar, die ook profiterend van de thermiek, je tijdens je vlucht begeleidt, voel je je rijk, een met de natuur.” We verliezen langzaam maar zeker hoogte, de hoogtemeter is meedogenloos. De landing wordt ingezet. Een scherpe, dalende wending naar links en voor mijn ogen tekent zich een groen vlakte af, dat zal dus wel het vliegveld zijn. Het toestel raakt de groen. Touch-down! Ik word hevig door elkaar gerammeld en de halve hanen die ik gisteravond verslonden heb dreigen alsnog mijn mondholte te bereiken met alle smakeloze gevolgen van dien. Net op tijd komt het toestel tot stilstand, de hanen trekken zich gedwee terug.

Aardbeienijsje
Begin jaren zestig fietste ik met oma en opa, zij fietsten en ik zat achterop, ‘s zomers vaak naar de Groote Heide. Er ging een transistorradio mee omdat mijn opa persé wilde weten wat de uitslag van Elinkwijs-Blauwwit was en met hoeveel VVV van Velox had verloren, toen al. Het hoogtepunt van zo’n zondag vormde telkens weer het aardbeienijsje en het vol ongeloof nastaren van die grote houten vogels die, eenmaal in de lucht, als gieren boven het vliegveld cirkelden. De piloten die toen hun cockpit uitstapten waren mijn helden. Ik stap de cockpit uit en kijk om me heen of er niet ergens een ijsetend jochie me bewonderend aanstaart. (sportinvenlo.nl)